11/02/2023
De naam Anne Frank roept direct beelden op van moed, hoop en onvoorstelbaar lijden. Haar dagboek, geschreven tijdens de onderduik in een geheim achterhuis in Amsterdam, is een van de meest gelezen boeken ter wereld en biedt een intieme blik op de gruwelen van de Holocaust door de ogen van een jong meisje. Velen kennen haar verhaal, maar de precieze details van haar laatste levensdagen en de uiteindelijke rustplaats van haar lichaam blijven voor velen onbekend. Dit artikel werpt licht op de volledige levensloop van Anne Frank, van haar zorgeloze jeugd tot haar tragische dood, en beantwoordt de vraag waar haar lichaam rust.

Een Jeugd in de Schaduw van Oorlog
Anne Frank werd geboren op 12 juni 1929 in Frankfurt am Main, Duitsland, als de tweede dochter van Otto en Edith Frank-Holländer. Haar oudere zus, Margot, was ruim drie jaar ouder. De familie Frank was liberaal joods en woonde in een ruime huurwoning, waar Margot en Anne speelden met kinderen van diverse achtergronden. Ze waren nieuwsgierig naar elkaars feesten, een teken van de tolerantie die destijds nog heerste.
De idylle werd echter verstoord toen in de zomer van 1932 groepen van de Sturmabteilung met hakenkruizen door de straten marcheerden en antisemitische liederen zongen. De Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) van Adolf Hitler groeide snel, en na Hitlers machtsovername in 1933 besloot het echtpaar Frank te emigreren. Otto Frank verhuisde in juli 1933 naar Amsterdam, mede vanwege de toenemende anti-Joodse maatregelen en economische moeilijkheden voor de familiebank. Hij zette een eigen bedrijf op, Opekta, een filiaal van het in Keulen gestichte moederbedrijf.
Annes moeder Edith en zus Margot volgden eind 1933, en Anne zelf kwam in februari 1934, na een tijd bij haar grootmoeder in Aken. Het gezin vestigde zich aan het Merwedeplein 37-2 in een nieuwe Amsterdamse wijk, waar veel andere Duits-Joodse vluchtelingen onderdak vonden. Anne en Margot pasten zich snel aan hun nieuwe leven aan; ze leerden Nederlands en maakten snel vrienden, waaronder Hanneli Goslar en Sanne Ledermann, die net als zij uit Duitsland waren gevlucht. Anne's jeugd in Amsterdam was grotendeels onbezorgd. Ze speelde, ging naar het strand, bezocht familie in Zwitserland en schaatste graag in de winter.
Toch waren er alarmerende tekenen. In november 1938, na de Kristallnacht in Duitsland – een door de nazi's georganiseerde pogrom waarbij Joden werden aangevallen, synagogen in brand gestoken en winkels geplunderd – merkte Anne op dat haar moeder erg somber was. Twee ooms wisten naar de Verenigde Staten te ontkomen, terwijl Annes oma Rosa Holländer zich in maart 1939 bij de familie voegde. Zij overleed begin 1942 in Amsterdam.
Het Leven in het Achterhuis: Hoop en Angst
Na de Duitse bezetting van Nederland in mei 1940 volgde de ene anti-Joodse maatregel na de andere. Joden mochten geen bioscopen meer bezoeken en moesten vanaf 1941 naar aparte Joodse scholen. Vanaf 1 mei 1942 moest Anne, net als alle andere Joden in Nederland, een gele ster dragen. Op haar dertiende verjaardag, 12 juni 1942, kreeg Anne een rood geruit dagboek, waarin ze haar eerste zinnen schreef: "Ik zal hoop ik aan jou alles kunnen toevertrouwen, zoals ik het nog nooit aan niemand gekund heb en ik hoop dat je een grote steun voor me zal zijn."
Slechts drie weken later, op 6 juli 1942, dook de familie Frank onder in Het Achterhuis aan de Prinsengracht 263, het bedrijfspand van Otto Frank. Dit gebeurde nadat Margot een oproep had ontvangen voor 'tewerkstelling in Duitsland'. De deur naar het Achterhuis was slim verborgen achter een boekenkast. In totaal zaten acht mensen ondergedoken: de familie Frank, de familie Van Pels (Hermann, Auguste en hun zoon Peter) en later ook Fritz Pfeffer, een Joodse tandarts. Deze mensen, bekenden van de Franks, waren net als zij gevlucht uit Duitsland.

Het leven in het Achterhuis was extreem beperkend. Overdag moesten de onderduikers muisstil zijn om ontdekking door het personeel in het voorhuis te voorkomen. Anne miste haar vriendinnen en de vrijheid om naar buiten te gaan. Haar dagboek werd haar belangrijkste uitlaatklep. Daarin beschreef ze het dagelijks leven, de constante angst voor ontdekking, haar ontluikende gevoelens voor Peter, ruzies met haar ouders en de andere onderduikers, en haar ambitie om schrijver te worden. "Het fijnste van alles vind ik nog dat ik dat wat ik denk en voel tenminste nog op kan schrijven, anders zou ik compleet stikken," schreef ze op 16 maart 1944. Het enige stukje natuur dat Anne kon zien vanuit het Achterhuis was een paardenkastanje in de binnentuin, later bekend als de Anne Frankboom.
Na een oproep van minister Bolkestein op Radio Oranje in maart 1944 om dagboeken te verzamelen voor publicatie na de oorlog, besloot Anne haar dagboek te herschrijven op losse vellen, terwijl ze ook haar originele dagboek bleef bijhouden. Ze schreef hierover: "Natuurlijk stormden ze allemaal direct op mijn dagboek af. Stel je eens voor hoe interessant het zou zijn als ik een roman van het Achterhuis uit zou geven." In tien weken vulde ze 324 vellen, maar haar arrestatie verhinderde de voltooiing van haar werk. Annes laatste dagboekaantekening dateert van 1 augustus 1944.
De Onvermijdelijke Ontdekking en Deportatie
Drie dagen na Annes laatste dagboekaantekening, op 4 augustus 1944, werden de onderduikers na meer dan twee jaar (25 maanden) ontdekt. Ze werden gearresteerd door de Sicherheitsdienst en Nederlandse politieagenten, onder leiding van SS-Hauptscharführer Karl Silberbauer. Lange tijd werd aangenomen dat de onderduikers waren verraden, maar recent onderzoek uit 2016 van de Anne Frank Stichting suggereert dat de ontdekking mogelijk toevallig was.
Na de arrestatie werden de dagboekpapieren gevonden op de vloer van het Achterhuis door twee helpers, Miep Gies en Bep Voskuijl. Miep Gies verborg ze in haar bureaula in de hoop ze ooit aan Anne terug te kunnen geven. De onderduikers en twee helpers, Victor Kugler en Johannes Kleiman, werden naar het SD-gebouw aan de Euterpestraat in Amsterdam-Zuid gebracht. De onderduikers werden vervolgens overgebracht naar de gevangenis aan het Kleine-Gartmanplantsoen. Het was de laatste keer dat de onderduikers (met uitzondering van Otto Frank) hun vrienden zagen.
Op 8 augustus 1944 werden de acht onderduikers van het Achterhuis per trein vanuit het Centraal Station van Amsterdam gedeporteerd naar kamp Westerbork. Daar werden ze in de strafbarak geplaatst, omdat ze zich niet vrijwillig hadden gemeld voor 'tewerkstelling' en waren ondergedoken. Gevangenen in de strafbarak kregen minder eten en moesten harder werken, onder andere met de demontage van afgedankte batterijen.
De laatste trein vanuit Westerbork naar Auschwitz vertrok op zondagochtend 3 september 1944, met ongeveer duizend mensen aan boord, waaronder alle onderduikers van het Achterhuis. De selectie van namen de avond ervoor was een voorbode van het naderende onheil.

De Gruwelen van Auschwitz en Bergen-Belsen
Op 5 september 1944 arriveerde de trein in het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau. De acht onderduikers doorstonden de beruchte selectie voor de gaskamers. Hier werden mannen en vrouwen gescheiden: Otto Frank, Hermann van Pels, Peter van Pels en Fritz Pfeffer werden naar het nabijgelegen kamp Auschwitz I gebracht. Anne, Margot, moeder Edith en Auguste van Pels bleven achter in het vrouwenkamp van Birkenau.
Na enige tijd in Auschwitz kreeg Anne schurft. Ze werd samen met Margot overgebracht naar het zogenaamde Krätzeblock (schurftblok), dat door een hoge muur gescheiden was van de rest van het kamp. Dit was een teken van de erbarmelijke hygiënische omstandigheden en de voortdurende dreiging van ziekte.
Op 28 oktober 1944 vertrok een transport met 1308 vrouwen vanuit Birkenau naar het concentratiekamp Bergen-Belsen. Hoogstwaarschijnlijk maakten Anne en Margot deel uit van dit transport. Edith Frank bleef achter in Auschwitz en stierf daar op 6 januari 1945, verzwakt door ziekte en ontbering.
In Bergen-Belsen waren Anne en Margot extreem verzwakt en werden ze overgebracht naar de ziekenbarak, waar ze naast elkaar lagen. Ze kregen hoge koorts. In februari 1945 overleed Margot, en enkele dagen later stierf ook Anne, waarschijnlijk aan de gevolgen van vlektyfus. In die periode stierven naar schatting 17.000 gevangenen in Bergen-Belsen als gevolg van ziekte, honger en uitputting. Door het ontbreken van een kampadministratie zijn de exacte overlijdensdata van Anne en Margot niet nauwkeurig vast te stellen. Het Rode Kruis nam in 1954 aan dat het 'ergens tussen 1 en 31 maart' moest zijn geweest, en de officiële overlijdensakte van datzelfde jaar vermeldt 31 maart 1945. Historici David Barnouw en Gerrold van der Stroom schreven in 1986, op basis van verklaringen van ooggetuigen zoals Lientje Brilleslijper, dat Anne en Margot waarschijnlijk eind februari, begin maart 1945 overleden. Later onderzoek neigt naar een sterfdatum eerder in februari.
Waar Rust het Lichaam van Anne Frank?
De vraag naar de precieze rustplaats van Anne Frank is een van de meest gestelde vragen over haar leven. Na haar overlijden in februari of maart 1945 in concentratiekamp Bergen-Belsen, werden Anne en Margot, net als tienduizenden andere slachtoffers van de Holocaust, begraven in een van de anonieme massagraven van het kamp. Door de chaotische omstandigheden aan het einde van de oorlog en de enorme aantallen doden was er geen sprake van individuele graven of registratie van de lichamen.
De lichamen van Anne en Margot Frank liggen dus niet in een bekend, individueel graf. Ze rusten anoniem in een van de massagraven op het terrein van het voormalige concentratiekamp Bergen-Belsen. Er is een symbolische grafsteen voor Anne en Margot Frank op de gedenkplaats Bergen-Belsen, die dient als een plek van herdenking en reflectie, maar niet de daadwerkelijke begraafplaats aanduidt. Dit maakt hun lot des te schrijnender en symboliseert de onmenselijke behandeling van miljoenen Joden en andere slachtoffers die in de Holocaust omkwamen.

De Blijvende Erfenis
Van de acht onderduikers in het Achterhuis was Otto Frank de enige die de Holocaust overleefde. Na de oorlog keerde hij terug naar Amsterdam. Toen hij vernam dat zijn vrouw en dochters waren omgekomen, wijdde hij zijn leven aan het verspreiden van Annes dagboek. Miep Gies overhandigde hem de bewaarde schriften en losse vellen, en Otto nam de zware taak op zich om Annes wens te vervullen en haar verhaal met de wereld te delen. Het Dagboek van Anne Frank werd voor het eerst gepubliceerd in 1947 en is sindsdien vertaald in talloze talen, waardoor Annes stem miljoenen mensen over de hele wereld heeft bereikt.
Haar verhaal is een krachtige herinnering aan de gevaren van haat en intolerantie, en een tijdloze boodschap van hoop, veerkracht en het belang van menselijke waardigheid. Hoewel haar lichaam rust in een anoniem massagraf, leeft haar geest voort in haar onuitwisbare woorden.
Veelgestelde Vragen over Anne Frank
Wat waren Anne Franks laatste woorden?
De exacte laatste woorden van Anne Frank zijn niet bekend. Ze overleed in concentratiekamp Bergen-Belsen, waarschijnlijk aan vlektyfus, onder omstandigheden van extreme verzwakking en ziekte. De passage in de verstrekte informatie die spreekt over haar reactie op de oproep voor Margot en de voorbereidingen voor de onderduik, betreft haar gedachten en observaties ruim twee jaar vóór haar dood, zoals vastgelegd in haar dagboek. Haar laatste dagboekaantekening dateert van 1 augustus 1944. Wat ze precies zei of dacht in de laatste dagen van haar leven in het kamp, is helaas niet vastgelegd of overgeleverd.
Welke ziekte had Anne Frank?
Anne Frank kreeg tijdens haar verblijf in Auschwitz schurft. Later, in concentratiekamp Bergen-Belsen, raakte ze ernstig verzwakt en kreeg ze hoge koorts. Ze overleed uiteindelijk, waarschijnlijk aan de gevolgen van vlektyfus, een veelvoorkomende en dodelijke ziekte in de overvolle en onhygiënische omstandigheden van de concentratiekampen. Haar zus Margot overleed enkele dagen eerder, vermoedelijk aan dezelfde ziekte.
Is er een dresscode voor Anne Frank?
De vraag of er een 'dresscode voor Anne Frank' is, lijkt een misverstand of een algemene vraag die niet direct relevant is voor haar biografie. Er is geen specifieke dresscode verbonden aan Anne Frank of haar verhaal, behalve de historische context van de gele ster die Joden moesten dragen tijdens de bezetting, zoals ook Anne Frank moest doen vanaf 1 mei 1942. Voor een bezoek aan het Anne Frank Huis of andere herdenkingsplaatsen is er geen formele dresscode; respectvolle kleding is vanzelfsprekend.
Als je andere artikelen wilt lezen die lijken op De Tragische Reis van Anne Frank, kun je de categorie Servies bezoeken.
